aantal: enkelvoud of meervoud

Aantal krijgt grammaticaal gezien een enkelvoudig werkwoord, maar vaak wordt het werkwoord in het meervoud geschreven. Dat is nauwelijks nog fout te rekenen: - ,,Een aantal kinderen kreeg last van misselijkheid''; ,,Een aantal kinderen, die veel te veel gesnoept hadden, waren behoorlijk misselijk geworden.'' Wie vindt dat die laatste zin wringt, kan aantal ook ontwijken door een omschrijving: ,,Enkele, verscheidene, heel wat kinderen waren behoorlijk misselijk geworden.'' Soms is er een subtiel betekenisverschil: Een aantal verontruste Kamerleden heeft een brief geschreven aan het kabinet; Een aantal verontruste Kamerleden hebben een brief geschreven aan het kabinet. In de eerste zin is sprake van een aantal Kamerleden dat samen een en dezelfde brief heeft geschreven. In de tweede zin zijn er verscheidene Kamerleden die ieder voor zich een brief hebben geschreven (waarvan de inhoud sterk kan verschillen).