4. Hoe we werken

Bronnen

1. Algemeen

> Journalistieke verhalen hebben (harde) onderbouwing nodig. Feitelijke beweringen zonder deugdelijke onderbouwing staan haaks op waarheidsvinding.
> Als bronnen kunnen dienen: eigen observaties van de journalist, uitspraken van personen, documenten, databestanden.
> Correct gebruik (en vermelding) van bronnen hoort bij betrouwbare journalistiek. Het maakt informatie transparant, herleidbaar en dus controleerbaar.
> Bij twijfel vermelden we liever een bron te veel dan een te weinig.

>Zie ook: checken; 5, bronvermelding

2. Openbare bronnen

A
> In onze berichtgeving raadplegen wij altijd (ook) de beschikbare openbare bronnen.
> Er is (en komt) veel meer openbaar dan journalisten soms denken. We gaan altijd na of meer openbare bronnen beschikbaar zijn dan eerder beschreven.

B
> Evident openbare bronnen zijn: wet- en regelgeving, Handelingen van het parlement, gemeenteraden en Provinciale Staten, vergunningen, vonnissen, inspectierapporten, kadaster, Kamer van Koophandel (jaarrekeningen, jaarverslagen).
> Ook: wetenschappelijke publicaties (soms tegen betaling), aandelentransacties, krantenarchieven, zoekmachines (Google). CBS StatLine biedt geografisch en chronologisch gedetailleerde cijfers over vrijwel alles in Nederland.

3. Online bronnen

A
> Steeds meer documenten zijn beschikbaar op internet, al dan niet tegen betaling.
> Wij zijn ons bewust van de rijkdom maar ook van de mogelijke onbetrouwbaarheid van bronnen op internet. Wij zijn in staat zelf inschattingen te maken voor de kwaliteit en verdere verificatie van deze bronnen.

B
> Wij checken de identiteit van personen die zich online melden als bron, of bijvoorbeeld een opiniestuk aanbieden ter publicatie.
> Identiteit nagaan doen wij op basis van contactgegevens (adres, telefoonnummer, referenties); wij vragen in de regel geen kopieën van identiteitspapieren op.

4. On/off the record

A
> Wij schrijven informatie en beweringen zoveel mogelijk toe aan ‘on the record’-bronnen. Dat vergroot de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van ons werk.
> ‘On the record’ zijn alle openbare bronnen die wij gebruiken, evenals alle informatie die wij verkrijgen van personen, waarbij zij weten dat wij de verstrekte informatie kunnen publiceren, mét bronvermelding.
> ’Off the record’ houdt in dat de verkregen informatie wel kan worden gebruikt (om te publiceren of nader te checken), maar zonder dat deze aan de bron wordt toegeschreven. Ook wel bekend als “Chatham House Rules”.

B
> Gesprekken met bronnen voor een publicatie zijn als regel ‘on the record’, tenzij tevoren anders is afgesproken.
> Informatie die een bron ‘off the record’ heeft verstrekt, kan met toestemming van de bron alsnog ‘on the record’ worden.
> Informatie die een bron ‘on the record’ heeft verstrekt, kan niet achteraf eenzijdig door de bron als ‘off the record’ worden bestempeld.
> Soms spreekt een bron van ‘off the record’ bij informatie die helemaal niet mag worden gepubliceerd, ook niet zonder toeschrijving. Zorg er dus voor dat de status van de informatie duidelijk is in het contact met de bron. Uitgangspunt: informatie, ‘off the record’ verkregen, mag altijd worden gebruikt.

5. Anonieme bronnen en citaten

A
> Anonieme bronnen zijn soms onontkoombaar (bijvoorbeeld in politieke berichtgeving of gevoelige juridische dossiers). Cruciaal is of informatie die zo is verkregen, voor publicatie kan worden gecheckt of kan worden ondersteund met ‘on the record’-bronnen.
> Wij zijn zeer terughoudend met anonieme citaten. Bij uitspraken die letterlijk worden geciteerd, hoort in principe een naam. Alleen in uitzonderlijke gevallen (risico van persoonlijke of professionele schade) en als het belang van de informatie groot genoeg is, gebruiken wij anonieme citaten.

B
> Anonieme citaten mogen niet dienen als vrijbrief voor laster of smaad, beledigingen of niet onderbouwde beschuldigingen.
> Feitelijke beweringen van anonieme bronnen kunnen vaak worden geparafraseerd (“Na de schorsing liep de zaak uit de hand, aldus een betrokkene.”), of nemen wij voor eigen rekening nadat ze zijn gecheckt (“Na de schorsing liep de zaak uit de hand.”).
> Meningen of interpretaties van anonieme bronnen (“Het is haar schuld dat het na de schorsing uit de hand liep”) geven we zoveel mogelijk in eigen woorden weer (“Volgens een aanwezige was het de schuld van de voorzitter dat het na de schorsing uit de hand liep.”), waar nodig met weerwoord.
> Feitelijke beschuldigingen (“De voorzitter ging er na de schorsing met de kas vandoor”) verplichten tot wederhoor en citeren we alleen met een ‘on the record’ toeschrijving.
> Chefs en hoofdredactie kunnen redacteuren voor en na publicatie vragen anonieme bronnen vertrouwelijk bij hen te identificeren.

>Zie ook: 5, citeren, bronvermelding, wederhoor

6. Persberichten

A
> ‘Persberichten overschrijven’ is taboe; wij bezondigen ons niet aan deze gemakzuchtige vorm van journalistiek.
> Wanneer wij persberichten als bron gebruiken, vragen we waar nodig nader commentaar of wederhoor bij een woordvoerder van de betrokken organisatie.

B
> Dat geldt met name voor persberichten over wetenschappelijk onderzoek. We vragen zoveel mogelijk het onderliggende onderzoek op, alvorens te publiceren.
> Bij een onbekende pr-firma, of twijfel aan de echtheid van een persbericht, checken we bij de organisatie zelf of het bericht terecht in haar naam is verstuurd.

>Zie ook: checken (hoaxes)

7. Documenten/vertrouwelijke stukken

A
> Documenten kunnen een harde onderbouwing bieden voor feitelijke beweringen. Wij zoeken, naast persoonlijke bronnen, ook altijd documentatie.
> Overheden, bedrijven en andere instanties hebben het recht interne documenten als 'vertrouwelijk' aan te merken.
> Wanneer wij hierop de hand op weet te leggen, betekent dat niet automatisch dat we ook publiceren; criterium is het publieke belang van de informatie.

B
> Niet alles wat vertrouwelijk is, hoeft in een parkeergarage te worden overhandigd. NRC Media maakt gebruik van de (beperkte) mogelijkheden van de Wet openbaarheid Bestuur (WOB). Verzoeken moeten worden aangemeld bij chefs of hoofdredactie.
> Vóór het publiceren van (delen van) vertrouwelijke stukken moet altijd met rubriekschef en/of hoofdredactie worden overlegd. De normale regels voor checken, hoor en wederhoor blijven daarbij van kracht.

8. Familieleden en vrienden

A
> Tips van familieleden, partners en vrienden kunnen dienen als bron voor artikelen, net zo goed als tips van buitenstaanders, lezers en anderen.
> Als wij familieleden of andere naasten willen gebruiken als bron voor een eigen artikel, melden wij dit aan onze chef. Deze kan ons opdragen het onderwerp over te dragen aan een collega, om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen.
> Als wij familieleden of naasten als persoon in een eigen artikel willen opvoeren, moeten we dit vooraf melden aan onze chef. Als deze toestemt, moet onze persoonlijke relatie met betrokkene in het artikel duidelijk worden gemaakt.

B
> Het gebruik van familieleden en andere naasten als bron voor of in een artikel heeft deze waarborgen nodig, omdat een risico is dat we hun informatie of rol in het verhaal niet zakelijk genoeg kunnen beoordelen.
> Dit geldt ook voor vrienden en goede kennisssen. Het kan zijn dat we te veel geloof hechten aan hun informatie of interpretaties en hen niet willen tegenspreken.
> Een redacteur die een meer dan zakelijke of zelfs intieme relatie ontwikkelt met een bron op het terrein waarover hij of zij schrijft, meldt dit aan rubriekschef en hoofdredactie. Bij een loyaliteits- en/of geloofwaardigheidsconflict kan deze de redacteur overplaatsten naar een andere redactie, of een andere portefeuille geven.

Checken (hoaxes)

A
> Feitelijke informatie die niet ‘on the record’ is, staven wij zoveel mogelijk met een tweede of derde, schriftelijke of mondelinge bron.
> Wij gaan ervan uit dat mensen in de regel de waarheid (zouden) willen vertellen, maar houden altijd rekening met vertekening van informatie en leugens. Daaronder vallen ook: propaganda, desinformatie, spin en contraspin.

B
> Sommige organisaties, actiegroepen en personen maken zich schuldig aan weloverwogen bedrog inclusief valse gegevens en identiteiten (hoaxes).
> Indicaties van een hoax zijn: nieuws met het karakter van een stunt; woordvoerders of bedrijven die onbekend zijn (en naar elkaar verwijzen); gebrek aan documentatie.
> Bij twijfel aan de geloofwaardigheid van een initiatief of actie voeren we extra checks uit, zoals het opvragen (en laten beoordelen) van nadere documentatie. Zorgvuldigheid gaat – zeker bij twijfelachtige verhalen – boven snelheid.
> Populariteit van een onderwerp op sociale media kan een nieuwsfactor zijn, maar is geen vervanging voor eigen waarheidsvinding met de gebruikelijke checks.

>Zie ook: bronnen, hoor en wederhoor, persberichten

Contracten

A
> Wij tekenen geen contracten die ons algemene beperkingen opleggen in onze vrijheid om informatie te publiceren.
> We kunnen wel afspraken maken om toegang te verkrijgen tot speciale plekken, zoals ziekenhuizen of embedded journalism in oorlogssituaties. Daarbij moet duidelijk zijn welk type informatie niet mag worden gepubliceerd (namen van patiënten, militair gevoelige informatie). Dit moet duidelijk bij het artikel worden vermeld.

>Zie ook: inzage, embargo’s

Embargo’s

A
> Een embargo is een (mondelinge of schriftelijke) overeenkomst tussen twee partijen om bepaalde informatie pas na een afgesproken tijdstip openbaar te maken.
> In ruil voor deze belofte krijgen wij vroegtijdig inzage in de informatie. Dat kan de kwaliteit van berichtgeving ten goede komen.
> Embargo's staan in het algemeen haaks op de vrije nieuwsgaring die wij nastreven. We zijn er daarom zeer terughoudend mee.

B
> We zijn niet gehouden aan embargo’s die een bron (uitgever, overheid) eenzijdig oplegt bij het verstrekken van informatie (drukproeven, bijvoorbeeld).
> Een embargo is niet meer van kracht zodra het is geschonden of zodra het nieuws uit een andere bron bekend is geworden.
> In embargo-afspraken wordt hooguit de vroegste publicatiedatum van een productie vastgelegd, nooit enige andere bepaling, zoals de beoogde auteur, de plaats die het in onze media krijgt, e.d. We maken geen afspraken met derden over dergelijke redactionele keuzes en prioriteiten.
> Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren hanteert een vergelijkbare Embargoregeling. Zie: www.genootschapvanhoofdredacteuren.nl

>Zie ook: 3, contracten

Freelancers (werken met)

A
> Voor freelancers hanteren wij dezelfde journalistieke regels als voor redacteuren. Hun werk en werkwijze moeten voldoen aan de criteria van NRC Media.
> Werk van nieuwe freelancers wordt altijd geredigeerd door een ervaren eindredacteur, die het toetst aan de kwaliteitsregels van NRC Media.
B
> Nieuws (primeurs) dat door freelancers wordt aangeboden, wordt beoordeeld door een rubriekschef of een lid van de hoofdredactie, en, indien zij dat nodig vinden, voor publicatie door een redacteur van NRC Media geverifieerd.

Hoor en wederhoor

A
> Wederhoor is het vragen van commentaar op een bewering bij de persoon of instantie over wie de bewering is gedaan.
> Wederhoor is niet altijd nodig, maar is absoluut verplicht bij feitelijke beschuldigingen aan het adres van een persoon of instantie.
> Daarnaast dient wederhoor het verkrijgen van een evenwichtig beeld van gebeurtenissen, door meer betrokkenen de kans te geven hun verhaal te doen.
> Wederhoor is geen formaliteit na het verzamelen van informatie, maar maakt deel uit van het journalistieke onderzoek.
> Wederhoor ontslaat ons niet van de plicht om met nader onderzoek (aanvullende bronnen, documentatie) een eigen oordeel te vormen over de feitelijke juistheid of aannemelijkheid van beweringen over een persoon of instantie.
> Wij verlenen wederhoor tijdig, dat wil zeggen zo vroeg mogelijk. Ten minste 24 uur voor publicatie is in de regel een redelijke termijn, al zijn uitzonderingen mogelijk (bij het risico op het verspelen van een primeur, bijvoorbeeld).

B
> Wederhoor is niet altijd nodig bij persoonlijke beweringen of indrukken. Als een bij naam genoemd Tweede Kamerlid zegt dat haar fractievoorzitter “een matige leider” is, dan is dat een mening die (met bronvermelding) gepubliceerd kan worden. Wanneer het Kamerlid zegt dat de fractievoorzitter er met de kas vandoor is gegaan, dan is dat een ernstige beschuldiging waarbij wederhoor voor publicatie vereist is.
> Als we iemand niet tijdig kunnen bereiken, of betrokkene geen commentaar wil geven, dan vermelden wij dit expliciet in onze publicatie.
> Voordelen van vroeg wederhoor: beschuldigde kan adequaat reageren, nadere informatie leveren, relatie met betrokkene blijft zo correct mogelijk. Nadeel: betrokkene kan preventieve actie ondernemen en, bijvoorbeeld, het verhaal laten uitlekken.
> Nadelen van laat wederhoor: beschuldigde heeft geen tijd adequaat te reageren, verhaal blijft incompleet, relatie met betrokkene wordt beschadigd.

>Zie ook: checken

Inzage geven

A
> Inzage in een artikel vóór publicatie (print of online) wordt niet standaard aangeboden, maar kan desgevraagd worden verleend.
> Inzage dient in de eerste plaats het voorkomen van feitelijke onjuistheden in de tekst.
> Het kan ook dienen om onduidelijkheden of vergissingen te corrigeren, maar niet om meningen te veranderen, of relevante feiten achterwege te laten.
> Inzage is geen excuus voor fouten van de auteur; we behoren ons werk grondig en correct te doen. Het resultaat blijft voor eigen rekening van de auteur/NRC Media.
> Inzage verlenen is iets anders dan een productie laten ‘fiatteren' of ‘autoriseren’. Alleen NRC Media ‘autoriseert’ een NRC-publicatie. Wij werken niet mee aan producties waarbij bronnen ‘autorisatie’ als voorwaarde stellen. Dat geldt ook voor foto’s.

B
> Bronnen dienen bij elke voorgestelde wijziging in de tekst van een productie duidelijk te maken waarom die aangebracht zou moeten worden.
> De redacteur beslist of de voorgestelde wijzigingen worden aangebracht. Bij twijfel wordt de eindredactie, chef of hoofdredactie geraadpleegd.
> Voor politici, bestuurders van bedrijven of anderen met media-ervaring gelden bij het voorstellen van wijzigingen of corrigeren van vergissingen strengere eisen dan voor mensen die geen of weinig media-ervaring hebben.
> Om toegang te krijgen tot bijzondere locaties (een kerncentrale, ziekenhuis, laboratorium, oorlogsgebied) kunnen wij tevoren afspreken dat we inzage geven – mits vooraf duidelijk is afgesproken welke informatie niet in aanmerking komt voor publicatie en waarom niet (namen van patiënten, informatie over veiligheid).
> Als we bepaalde informatie niet mogen opnemen (bijvoorbeeld bij embedded journalism in oorlogssituaties), dan vermelden wij dit in of onder de productie.
> Zulke afspraken worden overlegd met chef of hoofdredactie. Als de voorwaarden voor publicatie in hun ogen te strikt zijn, zien wij van het verhaal af.
> Koppen, onderkoppen, streamers, intro’s en bijschriften worden nooit ter inzage gegeven.

>Zie ook: 3, contracten; 5, citaten aanpassen, feitelijke onjuistheden

Open/gesloten vizier

A
> Journalisten dienen de openbaarheid; daarbij past dat zij zelf ook een zo groot mogelijke openheid bieden over hun werk.
> Bij contact met bronnen met de bedoeling hun uitspraken te publiceren, maken wij ons vooraf bekend als journalist en vermelden we het doel van dit contact.
> Openbare bijeenkomsten (vergaderingen, demonstraties) bijwonen kan zonder je bekend te maken als journalist; dat doen wij weer wél wanneer we andere bezoekers spreken met de bedoeling hun uitspraken (mogelijk) te publiceren. Dat geldt ook voor andere openbare gelegenheden en contacten.
> Bij het professioneel toetsen van dienstverlening (restaurants, reizen) maken wij ons in de regel juist niet bekend als journalist, om te voorkomen dat wij een (voorkeurs)behandeling krijgen die waarheidsvinding belemmert.

> Zie ook: undercover, sociale media

Opinieartikelen van redacteuren/vaste medewerkers

A
> We zijn terughoudend met het publiceren van stukken door eigen redacteuren op de opiniepagina.

B
> De expertise van redacteuren is ook daar bij gelegenheid welkom, maar publicatie mag de onafhankelijkheid en het gezag van de berichtgeving niet ondermijnen.
> Dat betekent dat redacteuren hoe dan ook geen opiniestukken schrijven over een zaak waarover zij op dat moment als verslaggever berichten.
> Freelancers staat het vrij elders opiniestukken te publiceren; hun wordt gevraagd die wel eerst aan NRC Media aan te bieden.

Opnemen (van telefoongesprekken)

A> Journalisten mogen, zoals alle burgers, hun eigen (telefoon)gesprekken opnemen, ook zonder hun gesprekspartners daarvan op de hoogte te stellen.
> Opnames van zulke gesprekken mogen in het algemeen echter niet worden uitgezonden zonder medeweten of toestemming van betrokkenen. Consumentenprogramma’s doen dit veelvuldig wél, met een beroep op het algemeen belang.
> Voor NRC-journalisten geldt: opnames van (telefoon)gesprekken mogen worden gebruikt om gemaakte aantekeningen te controleren, vóór publicatie citaten te checken, of als bewijs in mogelijke geschillen of procedures over een publicatie.
> Onze gesprekspartners (bronnen, voorlichters etc.) staat het ook vrij om op hun beurt gesprekken met ons op te nemen.
> Zie hierover ook de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, paragraaf 2.1.7.

Undercover

A
> Wij verrichten als regel geen ‘undercover journalistiek werk’.
> Alleen indien de informatie op geen enkele andere manier kan worden verkregen en er een zwaarwegend publiek belang mee is gediend, kan de hoofdredactie daarop, na overleg vooraf, een uitzondering maken.
> Wij gebruiken op sociale media onze eigen naam als wij deelnemen aan discussies met de bedoeling anderen uitspraken te ontlokken en die te publiceren. Dat geldt ook voor besloten sites, groepen of fora. Meekijken mag onder pseudoniem, meedoen met de bedoeling om te publiceren alleen als NRC-journalist.

> Zie ook: open vizier; 3, sociale media